Het project omvat een totaalrenovatie van een gewezen kloostergebouw tot een nieuw kinderdagverblijf bestaande uit 3 leefgroepen met bijhorende algemene functies. Het volume van het gebouw is ongewijzigd gebleven en is opgebouwd uit drie bovengrondse niveaus met een zolderverdieping. De buitenschil werd volledig geïsoleerd en afgewerkt met keramische gevel- en dakpannen. De nieuwe ramen behouden de ritmiek van het bestaande statige gebouw met een zekere speelsheid op de verdiepingen door het sporadisch voorzien van ramen met halve breedte. Het buitenschrijnwerk wordt wit omkaderd wat zorgt voor een duidelijk contrast met de donkere gevelpannen.
Het gelijkvloers, de eerste en de tweede verdieping worden uitgerust met de voorzieningen voor de opvang van in totaal 54 kinderen. Er is specifiek aandacht gegeven aan de verbinding tussen de niveaus : zowel fysiek met trappen en een lift als visueel door het voorzien van een open vide in de traphal. De trappen zijn afgewerkt met wit gemoffelde stalen spijlen doorlopend van beneden tot boven welke de verticaliteit benadrukt.
De leef- en verzorgingsruimtes zijn voorzien van grote ramen tot op het vloerniveau, zodat er voldoende natuurlijk daglicht binnenvalt en de kinderen een zicht hebben op de buitenwereld.
Aan elke leefgroep is er een aanpalende buitenruimte voorzien, ofwel in de vorm van een (gedeeltelijk overdekte) tuin, ofwel als terras. Via een externe trap, welke eveneens dienst doet als noodtrap, worden de verschillende buitenruimten ook fysiek met elkaar verbonden.
Gezien de geringe diepte van het gebouw en de grote ramen aan voor- en achtergevel kan er veel daglicht tot diep in het gebouw toetreden. Bovendien creëert de openheid aan de straatzijde de nodige doorzichten en ontstaat er een contact tussen de straat en de gebruikers.